Stromie

Alle klassenquizzen

Halloweenquiz groep 8: ontsnap uit het spookmuseum

De klas zit opgesloten in het spookmuseum. Achter elke deur zit een echte oefenvraag voor de doorstroomtoets. Vijftien deuren, vijftien vragen, en Pauline en Chris lezen alles voor.

Speel met de klas
Omslag van de Halloweenquiz groep 8: ontsnap uit het spookmuseum

Hoe het werkt

Klik op de knop en de quiz gaat schermvullend open. Daarna loopt alles vanzelf: Pauline en Chris lezen elke vraag voor, de tijdbalk loopt, het goede antwoord licht op en ze vertellen er iets over. De klas denkt mee, op een wisbordje of met de hand omhoog. Met Pauze (of de spatiebalk) zet je de quiz even stil, met Sla over (of het pijltje naar rechts) ga je meteen een stap verder.

Speel hem hieronder meteen op het digibord. Je hoeft nergens in te loggen.

Wil je dat de kinderen zelf meedoen? Kies dan Speel met de klas. Op het bord verschijnt een code en een QR-code, en de kinderen doen mee op hun Chromebook, tablet of telefoon via stromie.nl/speel. Inloggen is ook dan niet nodig.

Wat zit erin

Vijftien echte oefenvragen op het niveau van de doorstroomtoets: rekenen (getallen, verhoudingen, meten en verbanden) en taalverzorging. De vragen komen uit de vragenbank van Stromie. Ze lopen op van gemiddeld naar moeilijk.

Bekijk alle vragen
  1. Pip moet 1,2 kg vlees afwegen. Op de weegschaal staat nu 900 g. Hoeveel gram extra moet erbij?
  2. Hoeveel is 75% van 200?
  3. Welke zin is foutloos?
  4. In welk van deze getallen heeft de 5 de grootste waarde?
  5. Op de markt verkoopt Naïm elke dag meer appels: 8, 16, 32, 64. Welk getal volgt?
  6. Welke zin is juist?
  7. Een aquarium heeft een inhoud van 0,16 m³. Hoeveel liter water past erin?
  8. Mo doet de rekentoets. Hij scoorde 21 van de 25 vragen goed. Hoeveel procent is dat?
  9. Yara en Daan rekenen allebei 6,3 + 2,8 uit. Yara zegt: '9,1'. Daan zegt: '8,11'. Wie heeft het juist?
  10. Mo legt zijn schoenen netjes in de gang. Wat is de bijwoordelijke bepaling van plaats?
  11. Sven legt een rij stenen op de stoep: 1, 4, 7, 10, ... Hoeveel stenen legt hij op de 8e plek?
  12. Fatima rijdt 90 km in 1,5 uur. Hoeveel km rijdt ze in 2,5 uur (zelfde snelheid)?
  13. Reken uit: 5⅙ − 2½.
  14. Welke schrijfwijze is GROTER dan 0,7?
  15. Welke uitkomst is groter: ¼ × 400 of ⅓ × 360? En hoe groot is het verschil?

Meer oefenen

Stromie is de oefenapp voor de doorstroomtoets van groep 8. Kinderen oefenen op hun eigen niveau en krijgen bij elke fout uitleg.

Zo werkt Stromie